Het Bätz Witte Orgel van de Grote Kerk

Historie

Het orgel van de Grote Kerk werd gebouwd door Johan Frederik Witte(1840-1902).
Zijn vader, C.G.F. Witte had in 1849 de leiding gekregen van het bedrijf Bätz in Utrecht en zijn zoon Johan Frederik volgde hem in 1870 op.
Hij was, evenals zijn vader, een vermaard orgelbouwer. Zijn naam is verbonden aan veel orgels van het laatste kwart van de 19e eeuw in Nederland.

Op 5 mei 1894, 2 jaar na de ingebruikname van de Grote kerk, werd aan hem de opdracht gegeven een orgel voor de Grote kerk te bouwen. Het orgel werd opgeleverd in 1896 en op eerste kerstdag 1896, in een bijzondere dienst geleid door ds.C.Hattink, in gebruik genomen door organist Jan Enderlé.

 

Vormgeving. orgel.jpg.jpg

De vormgeving van het orgel van het orgel sluit prachtig aan op de architectuur van de kerk, die in neo-renaissance stijl is gebouwd.
De gebogen ramen van de kerk vinden we terug in de torenvelden van het orgelfront.
De spits van de kanselkap is nagenoeg gelijk aan de spits van de middentoren in dat front. Het was overigens een kenmerk van de Witte stijl en ornamentiek zijn orgels aan te passen aan de architectuur van het kerkgebouw.
Het orgel telde oorspronkelijk 30 stemmen, verdeeld over twee klavieren en pedaal. In 1977 is het orgel uitgebreid met een derde klavier/manuaal en telt nu 42 stemmen.

Voor meer informatie over het orgel en de dispositie zie: www.vriendenvandegrotekerk.nl.

Organist.

Sinds 1980 is Jan van Gijn de vaste organist van de Grote Kerk.

Voor meer informatie over Jan van Gijn zie verder op de site onder : Organist. Jan van Gijn heeft ook een persoonlijke website zie: www.janvangijn.nl